De kat van Van Boven

 De kat van Van Boven

De kat van benedenbuur Van Boven

Had een bezigheid om tijd te roven

Voor haar geen nachtelijk gejank

En spinnen vond zij overbodig

Ook muizenvangen was niet nodig

Zij vermaakte zich graag met een andere klank

 

Likslikslok likslikslok klonk het voortdurend

Vanaf de vensterbank naar buiten turend

Tentoongesteld als in een etalage

Likte ze zich de hele dag

Soms zittend maar meestal als ze lag

Ze was de schoonste kat van de hele etage

 

Likslikslok likslikslok hoor je aan één stuk door

De één vond het mooi, de ander geen gehoor

Overal werd over haar gesproken

Geen kater die niet stiekem naar haar keek

Als ze luid likkend haar vacht glad streek

Zij liet zich graag bewieroken

 

Likslikslok likslikslok smakte het in ieders oren

Een ieder die het maar wou horen

Je kon haar prijzen om haar doorzettingsvermogen

Ze stopte slechts voor een snack of om te plassen

Om zich dan weer te gaan wassen

En vervolgens uitgebreid af te drogen

 

Likslikslok likslikslok duurde het voort

Maar had men het goed gehoord

De een na de andere haarbal spuwde ze uit

Niet de minste en niet de kleinste

En ze was dan wel de reinste

Maar het was een onaangenaam geluid

 

Likslikslok likslikslok klonk het dag en nacht

Inmiddels zonder vacht

Lag ze nog altijd zonder drukte

Zo naakt als een pasgeboren muis

Met slechts op haar kin een plukje pluis

Omdat daar het likken niet lukte

Reacties gesloten